Het verhaal van Willeke van der Zand

Het verhaal van Willeke van der Zand

Het verhaal van Willeke van der Zand

2 december 2015 om 12:01 - door Willeke van der Zand

Labels:

willekevanderzand.jpg

Willeke van der Zand liep in 2013 haar eerste marathon en droomde van een volgend doel: een halve triatlon. Een ongeluk zorgde ervoor dat ze voor hele andere uitdagingen kwam te staan. Met de diagnose 'NAH' kreeg ze het advies 'het sporten maar te vergeten', maar Willeke besloot niet op te geven. Een jaar na het ongeluk volbrengt ze haar oude wens en loopt ze onder begeleiding van haar vriend Gert-Jan een halve triatlon, tegen alle verwachtingen in. "Ik word nooit meer de oude, maar het vechtersgedeelte van de oude ik is in tact gebleven". 

Ik hoor het mezelf nog tegen de revalidatiearts zeggen: “als ik niet mag sporten van jullie, dan lijkt het me wel zo fair dat jullie me dan af en toe komen opzoeken op de PAAZ afdeling”. (PAAZ Psychiatrisch afdeling algemeen ziekenhuis). Het was een paar maanden na het bewuste ongeluk eind september 2013. Ik had net mijn eerste marathon gelopen en was bezig aan een hersteltraining op de racefiets en droomde van mijn volgende doel; een halve triatlon. Het was een vertrouwd rondje op de racefiets. Even een uurtje lekker de beentjes rond laten gaan. Wat er precies is gebeurd weet ik niet meer. Er is een flink gat van een paar uur in mijn geheugen. Wat ik wel weet, is dat ik richting een rotonde reed. Er is mij verteld dat er een hond voor mijn fiets is gerend en dat ik daar overheen ben gevlogen en vol op mijn gezicht ben geland. De helm had ik wel op, maar die heeft niet zoveel opgevangen….alhoewel…..het had misschien nog veel erger kunnen zijn.

In het ziekenhuis krijg een scan en waaruit blijkt dat ik een flinke klap heb gemaakt, een zogenaamde hersenkneuzing. Ach hoe erg kan het zijn…..een kneuzing gaat vast zo over! Ik pieker meer over mijn gezicht want die ziet er, op zijn zachtst uitgedrukt, niet heel florissant uit. Zo kan ik niet gaan werken. Ach jee… als ik dit nu tik en denk aan hoe ik er toen over dacht: ‘even de korsten laten helen en deze vervelende val achter me laten’. Ik krijg nog een brok in mijn keel als ik besef hoe anders het allemaal zou lopen. Na twee weken rust blijkt dat het helemaal niet goed gaat. Ik heb diverse soorten hoofdpijn, tintelingen in mijn gezicht, sta fris op maar ben na een paar uur doodmoe, mijn geheugen is een zeef en ik als multitasker kan echt maar een ding tegelijk. Ik hoor mezelf regelmatig tegen mijn kinderen zeggen: “je moet even kiezen; wil je je verhaal vertellen of wil je liever geen aangebrande aardappels”? We lachen erom maar leuk is het niet. Steeds meer merk ik hoe ik op allerlei gebieden vastloop.

Uiteindelijk meld ik me weer bij mijn neuroloog en zeg dat het helemaal niet goed gaat. We beslissen om toch een revalidatietraject in te zetten. Ik ben benieuwd wat me te wachten staat. Het wordt een periode waarin ik veel energie verspil omdat ik niet op de juiste plekken beland in revalidatieland. Een vriend van me attendeert me op een neuropsycholoog die veel onderzoek heeft gedaan naar hersenletsel na sportincidenten. Een waardevolle tip, ik moet alleen wel een gevecht aangaan met de revalidatiearts, die eerst een jaar wil afwachten om te kijken wat de restklachten zijn. Het strijden en vechten in een periode waar elk sprankje energie kostbaar was, is iets wat me heel erg heeft geraakt en gekwetst. Dat kan zoveel beter denk ik dan. Beter luisteren naar de patiënt en ernaast gaan staan i.p.v. er tegenover.

Uiteindelijk kan ik toch bij de neuropsycholoog terecht voor onderzoek en volgt een helder rapport met de schadegebieden……en de stempel……. “je hebt NAH” - niet aangeboren hersenletsel. Hij somt op welke aanpassingen ik zou moeten maken. We hadden beter kunnen opsommen wat hetzelfde kon blijven, dat was een korter rijtje geweest. Maar met dit rapport kan ik in ieder geval gerichter aan de slag. In Helmond ga ik aan de slag met revalideren bij een fysiotherapeut, een braintrainer en een ontspanningstherapeute. We zijn een half jaar verder en al die tijd heb ik niet kunnen sporten. Ik word er steeds verdrietiger en wanhopiger van. Sporten was voor mij niet alleen fit blijven, het was veel meer. Het was voor mij de manier om vreugde te vieren, tegenslagen te verwerken, een manier om de chaos van alledag te ordenen en een manier om mezelf uit te dagen. Nu werd er tegen me gezegd: “Willeke je moet dat sporten maar vergeten”.

Na een tijdje was het ‘niet meer mogen sporten’ voor mij ondraaglijk. Het dreef me echt tot waanzin. Na een emotioneel gesprek met mijn fysio en braintrainer zagen ze de ernst in van mijn wens. Ik beloofde hen om het rustig aan te pakken. Ik zou gebruik maken van hun sportschool om wat te fietsen en langzaam te lopen. En zo begon mijn weg terug naar een leven met sporten. Langzaam ben ik weer gestart met hardlopen. Nou ja lopen, huppend wandelen. Ik weet nog dat ik de eerste keer in het donker trainde, want het leek in de verste verte niet op hardlopen. En mijn hoofd gaf meteen aan dat het een lastige klus was, dat hardlopen. Het was zwaar, het leek nergens op, maar ik was zielsgelukkig. Ook was ik bevrijd van de last dat sporten moet gaan om presteren. Nee, dat was totaal niet belangrijk meer. Dat ik kon sporten telde. Het klinkt als een cliché, maar zo’n ongeluk brengt je meteen weer met beide benen op de grond en laat je zien wat echt belangrijk is.

Stapje voor stapje en met veel geduld ging het beter. Het sporten ging ok ik kon steeds langere stukjes achter elkaar lopen. Dan hebben we het over een totale training van 3 km waarin ik dan de helft kon hardlopen. Maar er was vooruitgang en dat gaf hoop. Het eerste jaar na het ongeluk streek voorbij en het begon te kriebelen. Ik wilde dolgraag weer een marathon lopen. Gewoon uitlopen verder niets. Er zijn veel dingen veranderd in mijn koppie maar een ding niet. Als ik iets in mijn hoofd heb, gaat het er niet meer uit.

Ik belde Bert Flier (triatleet en trainer). Hij kende mij goed wat sporten betreft en ik vroeg hem: “Bert denk je dat ik het kan, een marathon uitlopen in een hartslag van max 155 binnen 5 uur”? Want dat was de maximale tijd waarbinnen ik moest finishen. Bert belde me even later terug en zei: “ik heb even al je schema’s en hartslagzones erbij gepakt en ik denk dat het moet kunnen”. Ik vroeg Bert of hij me wilde begeleiden. Hij durfde dat wel aan en zo ook Gert-Jan, mijn vriend. Aan mijn medische team beloofde ik dat ik voorzichtig zou zijn en geen risico’s zou nemen. Ik vroeg mijn braintrainer hoe groot hij de kans achtte dat ik de finish zou halen. Hij schatte de kans op 40 of 50%. “Man”, zei ik, “dat is nog hoger dan ik zelf had inschat”. Het verbaast mij soms dat de medische wereld beslissingen baseert op een percentage en niet op de motivatie die iemand heeft om iets te volbrengen. Maanden van trouw trainen volgens schema’s volgde, progressie bleef niet uit. Ik kon steeds langer en steeds wat harder lopen en op een bepaald moment wist ik dat ik het zou kunnen halen, sterker nog; ik wist het zeker. Dus kwam ook mijn oude droom weer terug: het volbrengen van een halve triatlon. Ik was bang voor de sprong die ik hiermee waagde maar ik besloot hem toch te nemen. Nu werd het past echt uitdagend, want nu moest het fietsen en zwemmen er ook bij.

In die tijd trainde ik gestaag. Want wow, wat was dat fietsen heftig. Ik zocht zoveel mogelijk prikkelvrije omgevingen op. Dus eerst eindeloze rondjes in het park en dat steeds verder uitbouwend naar meer prikkels. Dus starten in het park en dan stukjes langs een weg en dan weer terug naar het park. Want het geluid van de weg was een stevige prikkel. Het fietsen gaat bovendien met een hogere snelheid. Dat zorgde voor moeilijke situaties omdat mijn hersenen vertraagd werkten na het ongeluk. Ieder hobbeltje en kuiltje wordt door mij net iets later gezien. Evenals het voortdurend anticiperen op andere weggebruikers….en honden. Ze waren voor mij onvoorspelbare projectielen geworden. Gelukkig heb ik een sportieve vriend die tijdens fietsritten voor me ging rijden en als een visueel beperkte rijder vertrouwde ik blindelings op hem. Ging hij in zijn pedalen staan, dan wist ik dat er hobbel kwam en deed ik dat ook. Hij wees met een hand op obstakels. Hij was mijn navigatie en deels mijn ogen. Dat ik straks alleen het parcours zou moeten volbrengen gaf me een onzeker gevoel. Zo ontstond het idee om de organisatie van de halve triatlon te benaderen om te vragen of mijn vriend als begeleider mee mocht, puur ter geruststelling. Van de organisatie kreeg ik een positieve reactie. Ze vonden het zo bijzonder dat ze heel graag mee wilde denken. Mijn vriend kreeg een andere kleur badmuts zodat ik hem in het water goed kon herkennen. Hij mocht dichtbij me blijven tijdens het fietsen en lopen en hij kreeg een speciaal startnummer met daarop de naam Guide. Het gaf me de rust die ik nodig had en hij was in de buurt als mijn hoofd zou protesteren.

En zo kwam de dag dat het moest gaan gebeuren. Wachtend in het water voor de start moest ik huilen in mijn zwembrilletje. Ik had zoveel over gehad om hier op dit moment te kunnen staan, ik had er zoveel voor gelaten en voelde me zo gesteund door vele mensen. Het ware tranen van blijdschap en ontlading. Vandaag was ik vastberaden te gaan bewijzen dat er meer mogelijk is dan je denkt. En het is me gelukt. Wat was het zwaar op het eind, maar wat een ontlading! Die laatste honderd meter, de finish. I did it! Wat een fantastisch gevoel was dat. Een jaar later, tegen alle verwachtingen in. Ik word nooit meer de oude, maar het vechtersgedeelte van de oude ik is in tact gebleven.

Na deze triatlon heb ik mezelf een nieuw doel gesteld. Een extreme marathon van 42,2 km met 5200 traptreden over de Chinese muur. Traplopen is echt de zwaarste discipline die ik moest trainen om mijn hoofd voor te bereiden op deze extreme uitdaging. Een half jaar trainde ik wekelijks in het 15 verdiepingen hoge Ohra gebouw in Arnhem. Ik hoefde niet snel te zijn in China maar had wel een doel; daar waar mensen de laatste trappen op handen en knieën beklimmen zou ik rechtop blijven, al die treden waardig trotserend, and I did. De cirkel was rond toen ik afgelopen september 2015 de halve triatlon van Almere nog eens volbracht, maar dan alleen, zonder mijn vriend. Twee jaar na het ongeluk ken ik mijn lijf weer. Het is niet hetzelfde en dat zal het nooit meer worden. Maar ik ken mijn lijf weer en de reacties die mijn hersenen geven als reactie op wat ik doe. Accepteren is nog iets anders, dat valt soms niet mee. Dus naast alle victorie die hierboven te lezen is zijn er ook dagen dat ik mezelf toesta eens flink te tieren en te huilen om wat ik verloren heb…..om vervolgens de draad weer op te pakken, meestal met behulp van mijn sport en een doel, want het geeft me houvast om naar iets toe te werken. Dus kruipt er stilletjes een gedachte in mijn hoofd……een hele triatlon ooit? Ik weet het nog niet. Ik twijfel nog en dat mag, maar dat ik er Überhaupt aan durf te denken is een al groot geschenk!

Deel dit bericht

Reacties

Plaats een reactie